STAGING STORIES

Expositie 14 januari 2018 tot 11 februari 2018 Kadmium door Kadmium

Over het presenteren van verhalen

Een verhaal hangt in de lucht. Het is verteld, en sommige mensen weten ervan. Zolang ze eraan denken en van tijd tot tijd doorvertellen, geheel of gedeeltelijk, dan blijven die verhalen hangen. We leven in een wolk van verhalen, anekdotes, nieuwtjes en grappen. Vandaag de dag hebben we die verhalen min of meer uit ons hoofd gezet. De verhalen verblijven nu in een wolk in het Internet en zijn te raadplegen middels onze mobiele telefoon. Maar dat is recent. In de jaren vijftig konden we onder vrienden nog moppen vertellen, recepten uitwisselen en nieuwtjes mondeling uitwisselen.

Maar onze verhalencultuur begon toen al te verarmen. Wie leerde verhalen vertellen en wie kent er gedichten of liederen uit het hoofd?

In een tijd zonder papier was het onthouden van verhalen nog noodzakelijk. Zo geschiedde dat bij Grieken en Romeinen. Zij onthielden en vertelden verhalen. Bij dat vertellen voltrekken zich allerlei bijzondere denkprocessen. Onthouden en vergeten, twijfelen, discussies over de herkomst van het verhaal, een toegevoegde persoonlijke noot, al die elementen maken dat het vertellen nooit zo maar reproduceren is. Als we die verhalen kennen, kunnen we ernaar verwijzen door een enkel woord, een reeks symbolen een ritueel of afbeeldingen daarvan. Dan houden we de wolk van verhalen in de lucht. Vandaag de dag kan het nog steeds; ondanks de wolk in het Internet is er ook nog een wolk in onze wereld. Daarvoor hebben we kunstenaars nodig die een theater van verhaalfragmenten kunnen maken en onze wereld en onze verbeelding verrijken. We kunnen er naar kijken, de verhalen herkennen of verzinnen, en vol dankbaarheid die verhalen onthouden en doorvertellen.

 

Cirkelen rond de stilte

Bij een bezoek aan het atelier van Danielle Lemaire valt haar veelzijdigheid op. Haar werk varieert van tekenen en schilderen naar performance en muziek.

Danielle was oorspronkelijk vooral schilder. Haar werk is vol overtuiging, maar ook altijd verwijzend naar haar andere werk: Als ze muziek maakt zijn het vaak klankpatronen die over een andere werkelijkheid worden ‘gelegd’, alsof het schilderijen zijn. Haar schilderijen en tekeningen verwijzen vaak naar performances en bijeenkomsten in een kring en rond tafels.

De tafel speelt in haar werk een belangrijke rol, in haar beeldende werk, maar ook als attribuut bij muziekperformances. De componist Dick Raaijmakers wees al op het verschil tussen verticaal opgestelde elektrische muziekinstrumenten met een paneel met knoppen en controlelampen en meters enerzijds, of een laboratoriumtafel met losse, slordig naast elkaar geplaatste elementen anderzijds. Het eerste is plechtstatig. Men tracht er een soort strengheid en ernst mee uit te drukken. De speler zal ook meestal zitten achter het paneel. De laboratoriumtafel is de plek waarachter de kunstenaar of onderzoeker staat. Hij legt verbindingen en combinaties op een improviserende en open wijze. De performance staat niet vast, maar komt tot ontwikkeling op het moment zelf. Die open werkwijze past meer bij de aanpak van Danielle.

Veel van haar werk ontstaat rond een gebeurtenis of een specifieke plek waarmee ze een persoonlijke relatie heeft. Er is een kern, haar relatie tot de gebeurtenis of belevenis, die leidt tot composities, tekeningen, boeken en grammofoonplaten. Die kern is heel specifiek maar voor een toeschouwer nooit helemaal te omschrijven.

In haar werk wordt overdaad afgewisseld met bewust gekozen plekken en momenten van leegte. Die leegte lijkt op de surrealistische leegte waarbij fenomenen in het luchtledige komen te hangen en vrije associaties bij de toeschouwer oproepen.

We kunnen denken aan de beroemde aanduiding voor schoonheid van De Lautréamont uit 1869: “…Zo mooi als de ontmoeting van een paraplu met een naaimachine op een snijtafel”, een geliefde zin onder de Surrealisten. De inhoud lijkt tot stand te komen tussen de elementen.

Maar de leegte in het werk van Danielle is meer, en daar naar is zij op zoek. Wellicht heeft haar recente verblijf in Japan haar een stap verder gebracht; naar een leegte die meer lijkt op die van een Zen schilderij of de stilte na het lezen van een haïku. En zo is haar activiteit een cirkelen rond leegte, maar wel omgeven met zeer energiek werk. We worden deelgenoot van ervaringen van de kunstenaar. Het zijn gebeurtenissen waarbij de kunstenaar snel voorbij gaat aan de kale feiten, op zoek naar iets wat erachter verborgen is. Danielle zou zeggen: de ziel van de dingen. Die ziel, dat iets, wordt getoond en open gebroken. Een leegte die wordt geëerd en verzwegen tegelijk.

 

De kunstenaar als archeoloog

Een archeoloog verzamelt. De context van de vondsten is inmiddels dood of verloren gegaan. Het verhaal reconstrueert men door de verloren brokstukken in een volgorde te zetten, te ordenen of te documenteren. Wat we terughalen is een droom, nooit de werkelijkheid.

De context is bij Sjef Henderickx niet zozeer een oude cultuur of een verdwenen stad. Het is onze cultuur, gezien als een doolhof waardoor je zwerft. Die context wordt benaderd als een vreemd land, alsof het een ruïne is. Op die manier vindt  Sjef zijn cultuur telkens opnieuw uit. We zien hoe die cultuur wonderbaarlijke verhalen kan opleveren.

De ideale vorm was voor Sjef lange tijd het geheugentheater. Het geheugentheater is een concept en een constructie uit de Renaissance. Een rangschikking van beelden en teksten in concentrische cirkels van kasten of tafels. Als je in het midden staat kun je in één oogopslag de wereld begrijpen. De rangschikking is overzichtelijk, de beelden zijn bizar, zodat je ze nooit meer vergeet.

Zo’n geheugentheater wil Sjef ons deze keer ook tonen. Maar nu niet als een geordend geheel, maar als een verwarrende ervaring. Sjef verwees zelf naar de ontdekking van het graf van Tut Anch Amon in 1923. Het is het beroemdste moment van de archeologie geweest. Toen de archeoloog Carter door een kijkgat de vertrekken kon zien van de grafkamers, stonden de omstanders vol ongeduld te wachten. Carnarvon, de geldschieter voor deze expeditie zei uiteindelijk: En, …kun je iets zien??? Carter zei: “Yes, wonderful things!”. Na jaren studie en onderzoek hadden archeologen een beeld van Egypte gekregen, maar alleen door middel van fragmenten. Ze hadden met moeite de feitelijke praktijk gereconstrueerd in de vorm van verhalen. Nu kon Carter, als eerste na duizenden jaren, in één oogopslag de Egyptische wereld zien, door een kijkgaatje.

Die ervaring van verwarring en inzicht, vol verwijzingen naar niet vertelde verhalen, dat lijkt mij de opzet van Sjefs werk. Een geheugentheater en een ontdekking, de verbazing van één ogenblik opgerekt tot een stilstaand beeld, bevroren in de tijd.